Nederlandse naam:

Rosse woelmuis

Engelse naam:

Bank vole

Wetenschappelijke naam:

Myodes glareolus / Clethrionomys glareolus

De rosse woelmuis een knaagdier uit de familie van woelmuizen. Het is de enige soort uit het geslacht der rosse woelmuizen (Myodes) die in West- en Centraal-Europa voorkomt. Overige soorten komen enkel in Noord-Europa voor.



Kenmerken

Een volwassen dier is 8,5 tot 11 centimeter lang en 14 tot 40 gram zwaar. De staart is 36 tot 72 millimeter lang. Eilandvormen worden groter dan dieren van het vasteland. De rugzijde is kastanje- of roodachtig bruin, de flanken zijn grijzig met een rode glans en de buikzijde is geel of gebroken wit. Bij jonge dieren is de vacht veel grijzer van kleur. De kop is kort en stomp met zeer duidelijk zichtbare oorschelpen. De oorschelpen en ogen zijn groter dan bij andere woelmuizen.

Verspreiding

In grote delen van Europa komen rosse woelmuizen voor, maar ze ontbreken in Portugal, Spanje (behalve het noorden) en de zuidelijke Balkan. Oostwaarts komen ze voor tot in China en Mongolië. In de Alpen komen ze voor tot 2400 meter hoogte.

Ze leven voornamelijk in loofwouden en struikgebieden, maar ook in gebieden met hoge grassen en kruiden, in heggen en in parklandschap. In Scandinavië leven ze voornamelijk in naaldwouden. Ze wagen zich zelden in open gebieden zonder beschutting, en komen het meest voor in gebieden met een dichte struik- of kruidlaag. Rosse woelmuizen komen voornamelijk voor in warmere en droge streken, en trekken soms ook huizen in. In Nederland zijn ze aan te treffen op hogere gronden, in struikgewas, bos en plaatsen met veel vegetatie.

© Monica van Randen - All Rights Reserved | Disclaimer