Nederlandse naam:

Ree / Europese ree

Engelse naam:

Western Roe Deer / chevreuil / Roe Deer

Wetenschappelijke naam:

Capreolus capreolus

De ree is een klein, algemeen soort hert dat voornamelijk in Europa voorkomt. In Azië leeft de verwante Siberische ree (Capreolus pygargus).



Kenmerken

De ree heeft een zandgele tot roodbruine zomervacht, 's winters is deze meer grijsbruin tot zwart van kleur. Volwassen dieren hebben geen vlekken. Duidelijk zichtbaar is de witte tot gelige rompvlek. Bij mannetjes is deze vlek 's zomers vrij onduidelijk. De neus is zwart, en de kin is wit. De staart is vrij klein (twee tot vier centimeter lang) en enkel zichtbaar tijdens het ontlasten. 's Winters steekt bij het vrouwtje een bosje witte haren tussen de achterpoten naar achteren, dat op een staart lijkt.

Het volwassen mannetje (reebok) heeft een eenvoudig gewei, bestaande uit maximaal drie punten. Het gewei is maximaal 25 centimeter lang. 's Winters groeit het gewei, en de basthuid wordt afgeschuurd tussen maart en juni. Tussen oktober en januari wordt het gewei afgeworpen. Een enkele keer komen ook vrouwtjes (reegeit) met een gewei voor. Een jonge reebok van een jaar met alleen nog twee knopjes wordt ook wel knopbok genoemd. Wanneer het gewei nog geen vertakkingen vertoont noemt men het een spitser; en hoort bij een leeftijd van rond de twee jaar. Een gaffel heeft één vertakking en de bijbehorende reebok is dan twee a drie jaar. Oudere reebokken hebben een zogenoemde zesender, met twee keer drie punten. Op latere leeftijd zouden ze weer een vertakkingsloos gewei kunnen krijgen.

De ree heeft een kop-romplengte van 95 tot 140 centimeter, een lichaamsgewicht van 16 tot 35 kilogram en een schofthoogte tussen de zestig en de negentig centimeter. Mannetjes zijn over het algemeen groter dan vrouwtjes. Mannetjes hebben gemiddeld een schofthoogte van 64 tot 67 centimeter, vrouwtjes van 63 tot 67 centimeter.

Verspreiding en leefgebied

De ree leeft in bosachtige streken met open plekken en aangrenzende velden. Soms is hij ook te zien in hoge heidevelden. In de schemering waagt hij zich in open terrein om te grazen. Op een warme dag blijft hij hier wel eens. Maar meestal verschuilt en rust hij in de beschutting. In sommige gebieden in Europa leeft hij echter ook in open landbouwgebieden, mits er voldoende beschutting (zoals houtwallen) en voedsel in de buurt is.

De ree is in Europa de meest voorkomende hertensoort, en zijn aantallen zijn groeiende. Hij komt voor in bijna geheel Europa, met uitzondering van Ierland, delen van Engeland, Wales, Portugal en Griekenland, Noord-Scandinavië en IJsland. Ook komt hij voor in Noord-Turkije en de Kaukasus. Hij houdt zich op tot bij het zeeniveau (onder andere op de Waddeneilanden) tot boven de boomgrens.

De ree in Nederland
De ree komt in vrijwel geheel Nederland voor. Op Ameland en Terschelling is de ree geïntroduceerd. De ree staat niet op de Nederlandse Rode Lijst voor zoogdieren en wordt dus niet bedreigd.

In Nederland komen niet veel reeën door predatie om het leven. Honden mogen over het algemeen in natuurgebieden niet los lopen. De "normale" wilde predatoren van volwassen dieren zijn in Nederland niet aanwezig.

Omdat de ree vrij rond loopt, is het verkeer een van de grootste doodsoorzaken voor de ree. Daarnaast wordt de populatie van reeën beheerd door jagers van de wildbeheereenheid ter plaatse. In Nederland werden in 1994 meer dan 11.000 reeën geschoten. Ten opzichte van de voorgaande decennia is dit een verveelvoudiging, doordat er steeds meer reeën komen.

De motieven die voor de systematische jacht op de ree gegeven worden:

- schade aan de landbouw;
- schade door verkeersongelukken;
- soms wordt als argument gebruikt dat de ree van een cultuurvlieder een cultuurvolger wordt en steeds dichter bij woonwijken komt;
- de populatie gezond houden en overbevolking tegengaan door zwakkere en zieke dieren te schieten.

© Monica van Randen - All Rights Reserved | Disclaimer