Nederlandse naam:

Egel

Engelse naam:

European Hedgehog / Hedgehog

Wetenschappelijke naam:

Erinaceus europaeus

De egel is een algemeen, wijdverspreid zoogdier uit de familie der egels (Erinaceidae). De egel is een bekende verschijning in tuinen in West-Europa. Hij is vooral bekend om zijn stekelvacht en zijn gewoonte om zich bij gevaar op te rollen.



Kenemrken

De egel is een van de grotere insecteneters. Hij heeft een gedrongen lichaam, een spitse kop en een klein staartje, die hij verborgen houdt tussen de stekels. De kop begint breed, maar loopt spits toe naar de donkere snuit. Aan het uiteinde van de snuit bevinden zich tien paar neusharen. De oren zijn klein en nauwelijks zichtbaar. De ogen zijn klein en zwart en staan zijwaarts in het gezicht. De schedel is verlengd. De 36 tanden zijn primitief en weinig gespecialiseerd.[2] De twee snijtanden in de onderkaak zijn groot, vrijwel plat en wijzen naar voren. Zij staan dicht bij elkaar. De tanden in de bovenkaak zijn juist puntig en staan ver uiteen. De tanden slijten snel door de zand, steen en aarde die de dieren meekrijgen met het voedsel. Hierdoor zijn de tanden bij oudere dieren vaak afgebroken of zelfs verdwenen.

Alhoewel bij het lopen de buik zich dicht bij de grond bevindt, zijn de poten vrij lang, ongeveer tien centimeter van de heup naar de tenen. Tijdens het lopen houdt het dier ze zeer gebogen. Aan iedere poot bevinden zich vijf tenen, voorzien van een klauw.

De vachtkleur varieert van geel- en grijsbruin tot donkerbruin. Een donker V-vormig masker loopt over de snuit. De buik is grijs- tot donkerbruin, met een bruine vlek op de borst die qua grootte varieert. Hiermee is de soort te onderscheiden van de nauwverwante Oost-Europese egel (Erinaceus roumanicus), die een witte borstvlek heeft.

De kop, buik, poten, borst en keel zijn begroeid met een dunne vacht van lang, stug haar. De rug en flanken van de egel zijn bedekt met ongeveer 8100 tot 8700 bruingrijze stekels van 15 tot 25 mm lang en 1 tot 2 mm breed.[2][3] De stekels worden ook wel pennen genoemd. Een pen is hol en bestaat uit verscheidene lagen keratine. Met een stekelkop zit de pen in de rughuid verankerd.

Hij wisselt zijn stekels zelden en onregelmatig; gemiddeld gaan stekels zo'n 18 maanden mee, drie keer zo lang als een gemiddelde haar.[4] In de stekelvacht heeft de egel een kenmerkend patroon. Om zich te kunnen oprollen, heeft een egel een aangepast spierenstelsel. Over vrijwel zijn hele lichaam loopt een koepvormige staart-rugspier, die wordt samengetrokken als de kleine huidspieren zich aanspannen. De stekelige rughuid schuift vervolgens door het samentrekken van de dikke kringspier om het dier heen.

Een egelvrouwtje heeft vijf paar tepels.

Verspreiding en leefgebied

De egel komt voor in een groot gedeelte van West-Europa. Hij komt voor van Zuid-Scandinavië tot Noordwest-Rusland, en van het Iberisch Schiereiland tot Duitsland en Italië. Ook op eilanden als Ierland, Groot-Brittannië, Corsica, Sardinië en Sicilië komt hij voor. In Oost-Europa leeft de nauw verwante Oost-Europese egel (Erinaceus roumanicus). De West- en Oost-Europese egels kunnen onderling hybridiseren.

De egel is ingevoerd in Nieuw-Zeeland. De eerste egels werden in 1885 uitgezet in Dunedin en Christchurch als bestrijding van ongedierte. Meerdere officiële en onofficiële uitzettingen volgden. Tegenwoordig komt de egel algemeen voor op zowel het Noordereiland als het Zuidereiland, de hoge bergstreken uitgezonderd. In de jaren negentig van de vorige eeuw is de egel ook ingevoerd op de Azoren.

Egels komen voor in een grote variatie aan landschappen, zolang er voldoende onderbegroeiing is en de bodem niet al te vochtig is. Zij zijn plaatselijk talrijk in loofbossen met ondergroei, vochtige weiden en grasvelden. Hij is vooral dol op randgebieden als bosranden, waar deze leefgebieden samenkomen. De egel komt ook voor in zandduinen, mits begroeid. Ook in de buurt van de mens komt hij voor, voornamelijk in tuinen en boomgaarden. Hij is meer algemeen in halfstedelijk gebied dan in meer landelijke gebieden. In meer versnipperd gebied gebruikt hij bermen en kleine paadjes als verbindingswegen. De egel mijdt naaldwouden en moerasgebieden. Hij is te vinden van zeeniveau tot 2000 meter hoogte.



© Monica van Randen - All Rights Reserved | Disclaimer