Nederlandse naam:

Das / Europese das

Engelse naam:

European Badger

Wetenschappelijke naam:

Meles meles

De (Europese) das is een zwaargebouwd middelgroot roofdier, behorend tot de familie der marterachtigen (Mustelidae). Het is de één van de drie soorten uit het geslacht Meles. Dassen worden ook als informele groep geclassificeerd, waar de Europese das er één van is. Een das leeft in een hol, burcht genaamd, dat vele generaties meegaat. Hij is vooral 's nachts actief en heeft een omnivoor dieet.



Kenemrken

De das heeft een herkenbare vachttekening: de bovenzijde is grijs van kleur, de onderzijde en poten zijn zwart. De kop, haren op de oren en de staartpunt zijn wit. Er lopen twee brede evenwijdige strepen over beide zijden van de kop, van de snuit via de ogen naar de oren en het achterhoofd. Albinistische, melanistische (geheel zwarte) en erythristische (rossige) dieren komen in sommige gebieden algemeen voor.

De das is aangepast aan het leven in de gangen van de burcht. Hij heeft een wigvormig lichaam, met een vrij kleine kop en een lange snuit. Ook heeft hij korte, stevige poten en een korte staart.

Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 68,6 tot 80,3 centimeter en een staartlengte van 12,7 tot 17,8 centimeter. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 67,3 tot 78,7 centimeter en een staartlengte van 11,4 tot 19 centimeter. Dassen hebben een schouderhoogte van ongeveer 30 centimeter. Het lichaamsgewicht verschilt per regio, geslacht en jaargetijde. In de wintermaanden zijn ze meestal zwaarder dan in de lente (dassen houden geen winterslaap, maar zijn minder actief) en in noordelijke gebieden zijn de dieren zwaarder dan in zuidelijke gebieden. Hun gewicht varieert rond 7-14 kg bij de vrouwtjes en 9-17 kg bij de mannetjes.

Verspreiding en leefgebied

De das komt voor in het grootste gedeelte van Europa en Noord-, Centraal- en Oost-Azië. De zuidgrens loopt van Zuid-Europa door Klein-Azië, Palestina, Iran, Tibet en China tot in Japan. De noordgrens loopt tot aan de poolcirkel. Ook op enkele eilanden in de Middellandse Zee als Rhodos komt hij voor.

De das komt voornamelijk voor in glooiend landschap, bestaande uit loofbossen, afgewisseld met grasvelden. Ze kunnen zelfs in grote tuinen worden aangetroffen (bijvoorbeeld in Engeland). In bergen komen ze voor tot de boomgrens.

In Nederland
In Nederland is het verspreidingsgebied van de das erg versnipperd. Ecologische verbindingszones kunnen versnipperde populaties in verbinding met elkaar brengen, waardoor inteelt kan worden voorkomen.

Een landelijk verspreidingsonderzoek naar geschikte leefgebieden, de bezetting daarvan, de continuïteit in de bezetting werd gedaan in 2000-2001, mede als een tussentijdse evaluatie van het dassenbeheersbeleid van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV). Ook werd de verdwijning en verstoring van dassenburchten onderzocht. De uitkomsten van het onderzoek werden vergeleken met eerdere verspreidings- en burchtonderzoeken. Het onderzoek gebeurde in het veld: er werd per 1 km² ("kilometerhokken") gekeken of een das in een gebied voorkwam, door sporen van bewoning in en rond dassenburchten te zoeken.

Uit dit onderzoek bleek dat de meeste dassen voorkomen in het zuiden en midden van het land, maar de dieren rukken op naar het noorden en oosten. Ook het aantal geschikte gebieden waar dassen voorkomen is toegenomen met een stijging van 29% in vergelijking met 1995. Het aantal kernpopulaties en splinterpopulaties nam toe, het aantal verspreide vestigingen nam af. Ook neemt de gemiddelde afstand tussen kernpopulaties af, van 28 km in 1980 naar 21 km in 2001, een indicatie dat de versnippering afneemt. De continuïteit van de verspreiding (welke kilometerhokken continu bezet zijn door dassen) nam eveneens toe. De meeste kilometerhokken waren meer dan eens bezet, maar niet continu.

De drie grootste populaties bevinden zich op de Veluwe, Zuid-Limburg en de Maasvallei. Deze populaties bevatten gezamenlijk zo'n 84% van alle dassen in Nederland, en kennen een gezamenlijke groei in de verspreiding van 36% (tussen 1995 en 2001). De groei was ditmaal het grootst in de Maasvallei.

In Friesland en het Rijk van Nijmegen/Land van Maas en Waal was de groei het grootst (respectievelijk 36% en 27%). In Zuid-Limburg groeide de verspreiding minder hard (18%), en in het Reestdal, op de Veluwe en in de Achterhoek is er nauwelijks sprake van groei. In de Achterhoek werd de groei voornamelijk veroorzaakt door uitzettingen.

Er zijn 210 dassen in Nederland uitgezet in de periode 1987-2001, op 26 locaties in zeven provincies. Bijna een derde van de dassen is na uitzetting dood teruggemeld. Vier procent van de landelijke verspreiding in 2001 is veroorzaakt door deze uitzettingen. 202 burchtlocaties zijn verdwenen tussen 1995 en 2001, waarvan 39 bewoonde. 94 burchten waren vernietigd, een daling van 39% in vergelijking met vijf jaar daarvoor[3]. Ook in de Belgische provincies Antwerpen, Limburg en rond Leuven komt de das voor.

© Monica van Randen - All Rights Reserved | Disclaimer