Flora

De droge heide is hoofdzakelijk begroeid met struikhei (Calluna vulgaris) en bochtige smele (Deschampsia flexuosa). Verder komen er korstmossen waaronder Rendiermos- en bekertjesmossoorten voor. Karakteristieke struiken zijn de brem (Cytisus scoparius) en de jeneverbes (Juniperus communis). Vooral op de Waddeneilanden, en verder in het noorden van het land en op de Veluwe komt ook kraaihei, (Empetrum nigrum) voor.

De natte heide wordt gedomineerd door dophei (Erica tetralix) en pijpenstrootje (Molinia caerulea). Andere soorten van de vochtige heide zijn ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia), Gagel (Myrica gale), klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) en beenbreek (Narthecium ossifragum).

De vennen en hoogvenen op de heiden hebben een bijzondere flora.

Fauna

Voor de fauna is de structuur van de heide belangrijk. Het karakter van de heide moet open blijven, maar plekken met open zand, pijpestrootje en wat verspreide bomen en struiken bieden de dieren een grotere keuze aan micromilieus om te zonnen of te schuilen, dan grote uniforme stukken heide. Als er dode bomen op de heide blijven liggen schept dat ook geschikte milieus voor allerlei bijzondere dieren. Het zonnige en warme microklimaat van de heide is essentieel voor de aanwezige reptielen en insecten.

Heide is vooral belangrijk voor reptielen zoals de zandhagedis, de levendbarende hagedis, de hazelworm, de gladde slang, de ringslang en de adder. Adder en levendbarende hagedis hebben een voorkeur voor vochtige heide. De zandhagedis en de gladde slang komen bijna uitsluitend op heideterreinen voor. Afhankelijk van de droogte van de heide komen er ook veel amfibiën voor, zoals heikikker, bruine kikker en rugstreeppad.

Op de heide komen veel kenmerkende insectensoorten voor, zoals de hoornaarroofvlieg, de bijenwolf, sluipwespen, de mierenleeuw, zandbijen, mestkevers en allerlei specifieke sprinkhanen en vlinders.

De zoogdierfauna is vertegenwoordigd in de vorm van haas, konijn, vos en verschillende soorten muizen. Ook de ree en andere hertachtigen komen vaak uit naburige bosgebieden om er te grazen.

Wat vogels betreft moeten we denken aan het bijna uitgestorven korhoen, de weer toenemende nachtzwaluw, de roodborsttapuit, de boompieper en de veldleeuwerik. De klapekster is een klauwiersoort die ook flink in aantal achteruitgegaan is door afname van het heideareaal en de achteruitgang van de rest van het agrarische open landschap.

© Monica van Randen - All Rights Reserved | Disclaimer